woensdag 9 mei 2007

Persbericht - Vooraankondiging Vadertop (m/v/grootouders) a.s. donderdagavond 10 mei

Persbericht - Vooraankondiging

Vadertop (m/v/grootouders) –

A.s. donderdagavond 10 mei


Waarom een Vadertop

Voor het eerst komen a.s. donderdagavond (groot)oudergroeperingen en (groot)ouders bijeen als burgerinitiatief om met elkaar te bespreken hoe het anders moet met het jeugd- en gezinsbeleid in Nederland.

We maken ons zorgen over de buitensluiting van kinderen van hun (groot)ouders, over het ontvaderen van kinderen en over de bestaande voorkeur voor éénouderschap in het familierecht. We maken ons zorgen over een maatschappij waar vaders en grootouders er niet meer toe lijken te doen en waar mannen verdwijnen uit het leven van kinderen als rolmodel.

We laten weten dat beide ouders en de grootouders belangrijk en onmisbaar zijn voor kinderen. We laten weten dat een vader- en (groot-)ouderinclusief beleid en weer samen verder bij de zorg voor onze kinderen hard nodig is. We laten weten dat de vrede tussen de ouders in het familierecht weer centraal moet worden gesteld.

In de aanloop naar de Kindertop van Minister van Jeugd- en Gezinsbeleid André Rouvoet in juni houden wij, om de politiek ook onze boodschap mee te geven, daarom op 10 mei in Amsterdam aan de hand van tien speerpunten onze VADERTOP (m/v/grootouders).

Tweede Kamerlid Samira Bouchibti, woordvoerder jeugd- en gezinsbeleid en familierecht van de PvdA, zal aan de Vadertop deelnemen om naar onze zorgen te luisteren en onze boodschap ook in het parlement onder de aandacht te brengen.


De locatie voor de Vadertop (m/v/grootouders)

De Vadertop wordt gehouden in de Van Eesterenzaal; Jan Tooropstraat 6; 1062 BM Amsterdam

- OV: 5 min. lopen van NS-station A’dam-Lelylaan

- Auto: vlakbij de Ringweg A’dam-West, afslag S-106)









(Klik op de afbeelding voor een vergrote weergave ervan)



Het programma voor de Vadertop (m/v/grootouders) - donderdagavond 10 mei vanaf 18.45 uur


Nadere inlichtingen bij:

Vader Kennis Centrum: vaderkenniscentrum@gmail.com

-------------------------------------------------------

De organiserende oudergroeperingen:

Vader Kennis Centrum i.s.m.:

Locatie Vadertop (m/v/grootouders) - A.s. donderdagavond 10 mei

Vader Kennis Centrum en Stichting Sheherazade i.s.m. Fathers-4-Justice TM Nederland, Stichting Dwaze Vaders, Stichting Ouders Zonder Omgang, Stichting Kinderen – Ouders – Grootouders, Gescheiden Vaders Nederland, Stichting Kind en Omgangsrecht, Ouderverstoting NL, Papa.NL.NU en onafhankelijke oudervertegenwoordigers.

Kom ook en reserveer per email voor onze VADERTOP (M/V/GROOTOUDERS).

Locatie van de Vadertop (m/v/grootouders) a.s. donderdagavond 10 mei (zaal open vanaf 18.00 uur, start Vadertop om 18.45 uur):

Van Eesterenzaal, Stichting Eigenwijks
Jan Tooropstraat 6 - 1062 BM Amsterdam

(met OV 5 minuten lopen van NS station Amsterdam-Lelylaan;
met auto vlakbij de Ringweg Amsterdam-West, afslag S-106)


Locatie: Van Eesterenzaal in Amsterdam

- Adres: Stichting Eigenwijks, Jan Tooropstraat 6 - 1062 BM Amsterdam - T 020 3460670

- Auto: makkelijk bereikbaar per auto (vlak bij de ringweg om Amsterdam; Afslag S106)

- OV: makkelijk bereikbaar per openbaar vervoer (5 minuten lopen vanaf NS Station Amsterdam-Lelylaan)

(Klik op deze afbeelding voor een vergrote weergave)






Bioscoop opstelling Van Eesterenzaal


Kleurrijke inrichting.

Er kunnen maximaal 150 personen deelnemen aan de VADERTOP (M/V) in de van Eesterenzaal (een multifunctionele ruimte van 150 m²). Er zijn geen deelname- of entreekosten. (De zaalhuur wordt door de deelnemende oudergroeperingen bekostigd.) Extra kosten zijn wel:

- Koffie en thee: € 1,00 per persoon voor de hele avond koffie en thee

- Frisdranken: € 1,00 per flesje of / € 0,75 glas

(Klik op deze afbeelding voor een vergrote weergave)

---------------------------------------------------------------------------------------------------

Organisatie en nadere inlichtingen:

Vader Kennis Centrum: vaderkenniscentrum@gmail.com

Reserveren voor de VADERTOP (m/v/grootouders):

De Van Eesterenzaal kan max. 150 deelnemers herbergen. Wilt u zeker zijn van toegang meldt u dan tevoren (t/m 9 mei) aan voor deelname aan de VADERTOP door een plaats te reserveren op het centrale emailadres o.v.v. DEELNAME VADERTOP (m/v/grootouders) in de onderwerpregel van uw mail en o.v.v. uw naam, (evt. organisatie), emailadres en telefoonnummer in de email zelf. Reserveer tijdig (t/m 9 mei). Uw reservering is alleen geldig na bevestiging met een toegekend bevestigingsnummer. U komt dan op een reserveringslijst waarop u op 10 mei tot 18.30 uur aan de zaal toegang verkrijgt. Na 18.30 uur vervalt uw reservering en wordt net als in bioscopen toegang gegeven naar volgorde van aankomst tot het max. van 150 deelnemers evt. behaald is.

Programma van de Vadertop (m/v/grootouders) - 10 mei 2007

Programma voor de Vadertop (m/v/grootouders) –

Donderdagavond 10 mei 2007


18.00 uur: Zaal open - Ontvangst en koffie

18.45 uur: Opening en inleidingen:

1. Welkom Pieter Tromp en toelichting op “10 speerpunten - Weer samen verder bij de zorg voor (klein)kinderen.”

2. Inleiding Samira Bouchibti, woordvoerder jeugd- en gezinsbeleid en familierecht van de PvdA

Ter afsluiting van de inleidingen: Mogelijk een korte presentatie van enkele minuten door vader Chris Smith van zijn komende fietstoer voor kinderen door Europa.


19.15 uur: Pauze


19.30 uur: Ouderforum

Deelnemers: Andrew Work, Fathers-4-Justice, Perry Stuart, Dwaze Vaders, Erik van der Waal, Ouderverstoting, Truus Barendse, Kinderen – Ouders – Groot-ouders, Ronald Bijl, Ouders Zonder Omgang, Ad Verdiesen, Gescheiden Vaders Nederland en Paul Bastianen, Stichting Kind en Omgangsrecht o.l.v. Hans Krikke


20.15 uur: Pauze


20.30 uur: Deskundigenforum

Deelnemers: Jan Piet de Man, Henk Hanssen, Peter Prinsen, Lauk Woltring en Joep Zander o.l.v. Hans Krikke.


21.15 uur: Pauze


21.30 uur: Conclusies


22.00 / 22.30 uur: Afsluiting

Vader Kennis Centrum i.s.m. Stichting Kind en Omgangsrecht, Fathers-4-Justice Nederland, Stichting Dwaze Vaders, Stichting Ouders Zonder Omgang, Stichting Kinderen – Ouders – Grootouders, Gescheiden Vaders Nederland, Ouderverstoting NL, Papa.NL.NU, Stichting Sheherazade en onafhankelijke oudervertegenwoordigers.

Deskundigenforum tijdens de Vadertop (m/v/grootouders) – donderdagavond 10 mei

Nadere inlichtingen bij Vader Kennis Centrum: vaderkenniscentrum@gmail.com


1. Deelnemers Deskundigenforum:

  1. Henk Hanssen (IkVader, populaire website voor vaders in Nederland)
  2. Peter Prinsen (oud-advocaat, familierechtspecialist)
  3. Lauk Woltring (trainer/consultant, specialist jongensproblematiek)
  4. Joep Zander (pedagoog, vader, kunstenaar en publicist over vaderschap)
  5. Jan Piet de Man (kinder- en gezinspsycholoog uit België en specialist op het terrein van de verblijfsregeling en de verdeling van het ouderlijk gezag in de scheidingswetgeving in België)
  6. Mogelijk deelnemer aan het Deskundigenforum is nog: Professor Louis Tavecchio (Hoogleraar kinderopvang): (Louis Tavecchio komt graag maar heeft in de namiddag ook een ander symposium in Nijmegen. Hij kon nog niets toezeggen.)


2. Gespreksleiding:

Samira Bouchibti

Mevrouw Samira Bouchibti is woordvoerder jeugd- en gezinsbeleid en familierecht voor de PvdA in de Tweede Kamer.

Partij van de Arbeid | Samira Bouchibti

http://www.pvda.nl/renderer.do/menuId/200018001/clearState/true/sf/200018001/returnPage/200018001/itemId/220094479/realItemId/220094479/pageId/200006510/instanceId/200018007/


Hans Krikke

Hans Krikke is onderzoeker, journalist, schrijver, documentaire maker en ervaren gespreksleider.

http://www.hanskrikke.nl/


3. Profiel van de deelnemers aan het Deskundigenforum:


Henk Hanssen (links) op de 9 maanden beurs

Henk Hanssen

Schrijver/journalist Henk Hanssen is oprichter van IkVader.nl, de populaire website voor vaders in Nederland. Hij publiceerde drie boeken over vaderschap, de Kraamkalender voor Mannen, Babymanagement en de 9 Maanden Gids voor Mannen. Hij is specialist in een vadervriendelijk bedrijfsbeleid. Henk woont in Hilversum, samen met vriendin Ingrid, dochter Rosa en zoon IJsbrand.

http://www.ikvader.nl/


Jan Piet de Man

Drs. Jan Piet de Man is kinder- en gezinspsycholoog uit België. Hij heeft zich sinds 1983 gespecialiseerd op de resultaten van empirisch wetenschappelijk onderzoek dat een objectieve onderbouwing geeft aan “het belang van het kind” in de werkelijkheid. Daarbij heeft hij zich gespecialiseerd op de onderwerpen van een gelijkmatige beurtelingse huisvesting na scheiding, de “nestzorg” en oudervervreemding en –verstoting,.

Sinds 1984 heeft hij in België deelgenomen aan diverse werkgroepen inzake de hervorming van de Belgische scheidingswetgeving. De afgelopen periode heeft Jan Piet de Man daarbij op uitnodiging van de Subcommissie Familierecht van de Belgische Federale Kamer van Volksvertegenwoordigers herhaaldelijk bijgedragen aan de hoorzittingen waarmee de commissie haar besprekingen aanving. Eerst wat betreft de Belgische wetgeving inzake het bevoorrechten van de gelijkmatig verdeelde huisvesting van scheidingskinderen en op de reglementering van de gedwongen uitvoering van verblijfs- en omgangsregelingen. En meer recentelijk wat betreft de Belgische wet op de “schuldloze” echtscheiding.

Jan Piet de Man is erkend (echt)scheidings- en familie-bemiddelaar en betrokken bij de Werkgroep "Co-ouderschap" en Gelijkmatige beurtelingse huisvesting en "Nestzorg". Hij doet scheidingsbemiddelingen sinds 1989 en is de eerste Vlaamse geaccrediteerde familie-bemiddelaar en gediplomeerde bemiddelaar. Hij is initiatiefnemer van het Europees Instituut voor het Belang van het Kind.


Mr. Ir. P. J.A. Prinsen (Peter)

Peter Prinsen (links) op een Amersfoortse voorlichtingsbijeenkomst van het Vader Kennis Centrum.

Mr. Ir. Peter J.A. Prinsen is oud-advocaat en bekend publicist op het terrein van familierecht en de rechtspsychologie. Peter Prinsen is pleitbezorger van hervorming van de Nederlandse scheidingswetgeving op rechtspsychologische grondslag en expliciet gericht op het voorkomen van polarisatie en het bewaren van de vrede tussen scheidende ouders.

Zijn publicatie “Naar een rechtspsychologische grondslag voor het scheidingsrecht” maakt als bijlage 3 onderdeel uit van de opgestelde lijst met 10 gesprekspunten als leidraad voor de discussies tijdens de Vadertop.

http://www.peterprinsen.nl


Lauk Woltring

Lauk Woltring is trainer/consultant bij het Rots & Water Instituut Nederland en lid van het Platform 'Jongens in Balans'/ 'Boys in Balance'. Hij is gespecialiseerd in jongensproblematiek en het werken met jongens, ontwikkeling, kansen, risicogedrag.

Belangrijke thema’s in het werk van Lauk Woltring zijn:

  • Mannen en vrouwen in kinderopvang en onderwijs
  • Riskant gedrag in verkeer en elders
  • Leerstijlen & coaching in onderwijs en rijopleiding
  • Communicatie met jongens of (jonge) mannen
  • Cultuur en religie: soms inspiratie, soms frustratie
  • Psycho-fysieke training, agressie en weerbaarheid

Lauk Woltring, Innovatie, Advies, Coaching & Training op maat

http://www.laukwoltring.nl/


Joep Zander

Joep Zander (11-11-52) is van beroep kunstenaar en pedagoog. Hij publiceerde artikelen voor kranten en tijdschriften en schreef (in) boeken over familierecht, vaders, kinderen. Ook zijn kunst staat voor een deel in dat licht. Hij kent het onderwerp van binnen uit als zorgende vader van twee kinderen. Het schrijven over vaders doet voor Joep niets af aan het perspectief op het kind en de noodzakelijkheid van goede verhoudingen tussen de seksen. Joep Zander stond met anderen aan de basis van de verklaring van Langeac (bijlage 1 van de gespreksleidraad “10 gesprekspunten” voor




Joep Zander en zijn zoon Joshua

de Vadertop). Het onderhouden van internetsites is een belangrijke manier om zijn activiteiten te verbinden.

......................................................................

Eerdere boeken van Joep Zander:

  • Het Ouderverstotingssyndroom in de Nederlandse Context, Servo, Assen, 1999
  • Moeder-Kind-Vader, een drieluik over ouderverstoting, Rela, Deventer, 2004
  • Gemist vaderschap, Rela, Deventer 2006, Boek samen met Emiel Smulders. Bijdragen van onder andere prof. Louis Tavecchio en Harry van Bommel.
  • Overige publicaties:http://www.joep.nl.nu/publka

http://papa.nl.nu


Daarnaast neemt mogelijk deel:


Prof. Dr. L.W.C. Tavecchio (Louis)

Louis Tavecchio is bijzonder hoogleraar in de Pedagogiek van de Kinderopvang aan de Universiteit van Amsterdam. Louis Tavecchio staat op de bres voor vaders. Papa is geen suffe babysitter, maar een volwaardige opvoeder. Toch wordt zijn rol in pedagogisch onderzoek meestal verwaarloosd. Dat moet veranderen, vindt Louis Tavecchio, Leidse pedagoog en bijzonder hoogleraar kinderopvang in Amsterdam. ‘Vaders kunnen het nooit goed doen.‘

http://www.onderzoekinformatie.nl/nl/oi/nod/onderzoeker/PRS1235944/

http://www.childandfamilystudies.leidenuniv.nl/index.php3?c=97

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Nadere inlichtingen bij Vader Kennis Centrum: vaderkenniscentrum@gmail.com

Ouderforum tijdens de Vadertop (m/v/grootouders) – donderdagavond 10 mei

Nadere inlichtingen bij Vader Kennis Centrum: vaderkenniscentrum@gmail.com


1. Deelnemers Ouderforum:

  1. Andrew Work (landelijk coördinator van Fathers-4-Justice Nederland)
  2. Annemiek Bevaart- van der Wal (oud-bestuurslid en extern adviseur van de Stichting Dwaze Vaders)
  3. Paul Bastianen (bestuurslid Stichting Kind en Omgangsrecht)
  4. Ronald Bijl (bestuurslid Stichting Ouders Zonder Omgang – STOZO)
  5. Truus Barendse (bestuurslid Kinderen – Ouders – Grootouders – KOG)
  6. Erik van der Waal (webmaster website Ouderverstoting.nl)
  7. Ad Verdiesen (moderator MSN-Groep Gescheiden Vaders Nederland)


2. Gespreksleiding:

Samira Bouchibti

Mevrouw Samira Bouchibti is woordvoerder jeugd- en gezinsbeleid en familierecht voor de PvdA in de Tweede Kamer.

Partij van de Arbeid | Samira Bouchibti

http://www.pvda.nl/renderer.do/menuId/200018001/clearState/true/sf/200018001/returnPage/200018001/itemId/220094479/realItemId/220094479/pageId/200006510/instanceId/200018007/

Hans Krikke

Hans Krikke is onderzoeker, journalist, schrijver, documentaire maker en ervaren gespreksleider.

http://www.hanskrikke.nl/


3. Nadere informatie over de deelnemers aan het Ouderforum:


Andrew Work – Fathers 4 Justice

Andrew Work, ook bekent bij zijn roepnaam Andy, is International Coördinator van Fathers 4 Justice. De organisatie was opgericht in Engeland in 2002 door Matt O'Connor, en lanceerde in Nederland in 2004. Andy is telecommunicatie engineer en heeft 20 jaar ervaring met telecoms tussen Europa en de rest van de wereld. Hij heeft een zoon van 5 jaar die Andy en zijn familie voor het laast mochten zien toen hij 6 maanden oud was.

"Het familierecht in Nederland is een internationale schande, en ik geloof dat Nederland binnenkort het zelf niet meer kan oplossen als ik de berichten de kranten lees. Blijkbaar wordt het een taak voor de VN of EU om in te stappen als het zo blijft doorgaan. Terwijl feitelijk meer dan 20% van de bevolking een familielid mist door de geheime rechtbanken in Nederland.


"Ik kijk uit naar de dag dat het Nederlandse rechtsysteem bereid is de betekenisvolle verandering door te voeren en ik wil hen ervan verzekeren dat F4J hen zal steunen in plaats van te vechten voor elke centimeter om de belangen van onze kinderen te beschermen. Nog steeds, na 5 jaar ervaring met het familierechtsysteem in Nederland kan ik niet geloven hoe diep de arrogantie en het onrecht in het systeem zit. Niemand kan het geloven, totdat het hun kinderen zijn die aan de buurt zijn."

http://www.f4j.nl


Annemiek Bevaart- van der Wal – Stichting Dwaze Vaders

Annemiek Bevaart- van der Wal is oud-bestuurslid en extern adviseur van de stichting Dwaze Vaders. Naast ouder is zij tevens ook grootouder, dus op beide vlakken kan zij haar
expertise geven.

http://www.dwazevaders.nl/index.html


Paul Bastianen – Stichting Kind en Omgangsrecht / Vader Kennis Centrum

Paul Bastianen is bestuurslid van Stichting Kind en Omgangsrecht / Vader Kennis Centrum

Paul Bastianen (rechts)

Stichting Kind en Omgangsrecht werd in 1988 opgericht en richtte zich aanvankelijk op lotgenotencontact, het organiseren van voorlichtingsbijeenkomsten en de persoonlijke ondersteuning van (groot)ouders die geen omgang met hun (klein)kinderen kregen. Daarnaast was de stichting gericht op politieke hervormingen van het familierecht met als aanvankelijk doel een verbeterde nakoming en handhaving van het omgangsrecht en op het rapporteren over misstanden bij de kinderbescherming in haar adviserende rol naar rechtbanken bij civiele scheidingszaken.

In de 90-er jaren is het standpunt van de stichting verschoven van de verbeterde regeling, nakoming en handhaving van het omgangsrecht naar het actief bevorderen van gelijkwaardig en gedeeld ouderschap als uitgangspunt voor hervorming van de scheidingswetgeving in Nederland: “Elk kind heeft recht op beide ouders en de achterliggende familie, juist ook na een scheiding.”

Daarnaast heeft Stichting Kind en Omgangsrecht zich ontwikkeld tot kenniscentrum. De stichting was in de zomer van 1999 initiatiefnemer en mede-organisator van het congres "Het belang van het kind - van toverformule naar hanteerbare definitie" dat gehouden werd ter ere van het tienjarig bestaan van de stichting. Een van de gastsprekers tijdens dit congres was Dr Richard A. Gardner over het Parental Alienation Syndrome of het ouderverstotingssyndroom, de enige maal dat Richard Gardner in Nederland een lezing heeft gehouden. Ook was de stichting mede-initiatiefnemer en actief betrokken bij pogingen om te komen tot de oprichting van lokale Vader-Kind-Centra om gescheiden vaders en hun kinderen met raad en daad te kunnen bijstaan en ondersteunen. Inmiddels is aan de stichting het Vader Kennis Centrum verbonden.

De stichting informeert en ondersteunt (groot)ouders persoonlijk en middels haar website en de emailnieuwsbrief “Gescheiden Ouders en Kinderen” en bepleit een hervorming van het familierecht vanuit het uitgangspunt van gedeeld en gelijkwaardig ouderschap en een verbeterde bescherming van ouderschapsregelingen na scheiding.

Belangrijke accenten in het werk van de stichting zijn daarnaast ondermeer verbetering van de rechten van binationale scheidingskinderen in Europees en internationaal verband, opheffing van de discriminatie tegen vaders in het overheidsbeleid op alle vlakken (huisvesting, justitie, sociaal-maatschappelijk terrein, etc.), het signaleren van discriminatie tegen grootouders en vaders in EU-verband en een verbeterde regeling van de toegang tussen scheidingskinderen en hun grootouders van beider kant.

Een naamsverandering van Stichting Kind en Omgangsrecht tot Stichting Kind en Ouderschap na scheiding is in voorbereiding.

Website: http://vaderkenniscentrum.blogspot.com/

Nieuwsbrief: http://groups.google.com/group/Gescheiden-Ouders-en-Kinderen/


Ronald Bijl – Stichting Ouders Zonder Omgang


Ronald Bijl
is bestuurslid van de Stichting Ouders Zonder Omgang – STOZO


http://www.stozo.nl/index.htm


Truus Barendse – Stichting Kinderen - Ouders - Grootouders

Truus Barendse is secretaris van Stichting Kinderen – Ouders – Grootouders – KOG

http://www.stichtingkog.info/


Erik van der Waal – Ouderverstoting NL

Verander manager, (interim) project manager, business consultant.
Initiatiefnemer (aug. 2003) en webmaster website ouderverstoting.nl.

De site handelt over kinderen en welwillende 'normale' ouders (met name vaders) en families met hun normale emoties, plussen en minnen, die moedwillig van elkaar gescheiden worden, (a.g.v. 'gedoe' rond partner-scheiding, jeugdzorg, juridisering, rvdk, rechters, beschikkingen, ontbrekende handhaving); niet over -aangetoonde- geweld en verwaarlozing- situaties. Daar bestaan andere sites over.
Ik ben het zeker eens dat kinderen tegen destructief gedrag van een ouder beschermd dienen te worden. De manier waarop is weer een ander verhaal. Ouderverstoting.nl is beperkt in de vele verschillende richtingen, situaties en onderwerpen. De intentie van de site is niet als 'naslagwerk' te dienen, hoewel ik begrijp dat velen niet altijd hun eigen situatie terugvinden. Gelukkig zijn er zeer velen die ondanks dit gemis toch veel steun uit de geboden informatie putten. Niet alles op de site roept voor iedereen hetzelfde op. De site is zeker niet alles dekkend, pretendeert dat ook zeker niet te zijn, dat is onmogelijk. Ik ben me er van bewust dat het communicatiemedium 'website' ook grote beperkingen heeft. De informatie erop en de presentatievorm is in alle opzichten beperkt, slechts een 'summier aftreksel' van de werkelijke situaties en menselijke emoties die hierbij een rol spelen. De site geeft informatie en stof tot nadenken en een glimp van inzicht in de gang van zaken in Nederland op gebied van kinderen die door een ouder in een 'gijzelingssituatie' worden geplaatst ten opzichte van de andere ouder en familie van het kind, de wederzijdse vervreemdingspraktijken, de gevolgen, die kunnen leiden tot ouderverstoting door het kind, en de misstanden in de dagelijkse praktijk van het Nederlands familierecht.

http://www.ouderverstoting.nl/



Ad Verdiesen – MSN-groep Gescheiden Vaders Nederland

Ad Verdiesen is moderator van MSN-groep Gescheiden Vaders Nederland - GVN

uit liefde onvervreemdbaar echt en wezenlijk het beste voor "gescheiden kinderen" én hun beide biologische ouders en families

GVN is een multifunctionele groep, begin 2002 is de internetsite opgezet van waaruit het GVN-gedachtengoed, lotgenotencontact, actiegroepen en allerlei activiteiten/plannen zijn ontstaan, de site bevat inmiddels een schat aan informatie.

GVN onderscheidt zich authentiek door een onverkort consistente volwaardige samenhang door alle lagen heen. Vanuit een holistisch/integratieve fundamentele (pre-juridische) menselijke benadering welke dusdoende onverkokerd sterkzinnig verder gaat. Zorgmacht is achterlijk, 'omgang' is dwaas, scheiden is kindmishandeling, ook ontvadering is een halsmisdaad.

Uitgangspunt voor GVN is het onverkort waarborgen van EVRM&IVRK&art-1 conceptueel samengevat in onderstaande bevrijdingspunten op basis van zorgplicht&opvoeding van&door beide ouders en hun beider familielevens:

1) gelijkwaardig ouderschap (gelijke ouderrechten zoals gelijk gezag bij geboorte en verblijfsco-ouderschap, bij scheiding 2 gezinnen - er is geen contra-indicatie);

2) een parlementaire enquête (herstel&genoegdoening voor alle levenslange leed/ellende/moeilijkheden aangericht en 'amputatie'(shock)schade aangedaan);

3) gelijke (fiscale) behandeling (bijv. o.a. ten minste evenveel emancipatiecentjes naar vaders als naar moeders);

4) in het algemeen geen RvdK/art377 (ontvaderingsexpertise), slechts 'omgang' bijv. wanneer moeder in de gevangenis zit (niet in staat is);

5) mentaliteitsverandering (o.a. verbannen van discriminatoire diskwalificerende termen, ontmaskeren pseudo-logica en valse collectieve conditioneringen);

6) slechts uitzonderlijk faciliteren van (vrouwen)voorzieningen over andermans levens (scheiding-adoptie-IVF-abortus);

7) streng&rechtvaardig - eerlijk&menselijk - geen schijndemocratie - geen schijnveiligheid en repressie - geen overheidsgeweld&moedermaffia (moeders ONwil is wet!);

8) maximaal beschermen tegen (familie)ONrecht en het goede recht op herstel

9) Onwil samen te ouderen dient na paradoxaal toevertrouwen forensisch/psychiatrisch te worden hersteld. Verontmenselijkt de pil soms/vaak?

10) maximaal bestraffen obstructie en rechtsmisbruik middels "gescheiden kinderen", stop ook misbruik rechtsinstrumenten als stalking/huiselijk-geweld/onttrekking/ontvoering etc.

11) Herstel 'welzijnsontwikkeling' door o.a. hervorming psychologie/pedagogie primair op volwaardigheid&authenticiteit i.p.v. destructieve antisociale neo-liberale (feministische) 'welvaartsontwikkeling' (economische autonomie - repressie/gedragsbemoeienissen).

12) Herstel echte waarden en normen (fundamentele innerlijke beschaving) om te beginnen bestuurlijk uit te dragen. Eigen mening dient slechts ontwikkeling, de beginselen van de democratie 'eerlijk&menselijk' dienen weer fundamenteel voorop te staan (i.p.v. valse gekunstelde agenda's / machtsmisbruik). Mensen zijn geen objecten, plussen/minnen op een glijdende schaal is funest (samenleven is iets heel anders dan een deskundig geprogrammeerde/gedicteerde geïnstitutionaliseerde maatschappij). Wellicht alle belastingcentjes naar rato verdelen over minder&meerderheden.

13) toetsing trias politica en met name (familie)rechters op bovenstaande uitgangs- en bevrijdingspunten op basis van zorgplicht&opvoeding en familielevens.

http://groups.msn.com/Gescheidenvaders/

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------


Nadere inlichtingen bij Vader Kennis Centrum: vaderkenniscentrum@gmail.com

maandag 7 mei 2007

10 GESPREKSPUNTEN VOOR DE VADERTOP (m/v/grootouders)


“Weer Samen Verder - Hoe kunnen vaders (m/v) en grootouders weer teruggebracht worden in het leven van hun (klein)kinderen!? En hoe mannen weer te betrekken in het leven van, en de opvoeding en zorg voor, kinderen?”

Gescheiden papa's, carriërepapa's, zorgpapa's, grootouders (m/v) - Allemaal geven wij nu al jaren te kennen dat het anders moet in Nederland. We laten weten dat beide ouders en de grootouders belangrijk en onmisbaar zijn voor kinderen. We laten weten dat een vader- en (groot-)ouderinclusief beleid en weer samen verder bij de zorg voor onze kinderen hard nodig is.

Om de politiek ook onze boodschap mee te geven voor het jeugd- en gezinsbeleid houden we op 10 mei in Amsterdam onze VADERTOP (m/v/grootouders) aan de hand van de volgende tien speerpunten en de nadere toelichtingen en uitwerkingen in zes onderliggende bijlagen.

  1. Erkenning en gezag van beide ouders direct bij de geboorte van elk kind
    Kinderen van ouders buiten het huwelijk of geregistreerd partnerschap wordt het wettelijke geboorterecht op hun vader ontzegd, tenzij moeder eerst schriftelijk aan vader toestemming verleent tot erkenning van zijn kind, alsook tot aanvraag van gezamenlijk gezag over het kind.

  2. Gelijkheid en gelijkwaardig ouderschap als uitgangspunt in het familierecht en invoering van de contraire zorgtoewijzing in de wet
    Gelijkwaardig ouderschap met een 50-50 zorgverdeling tussen ouders als uitgangspunt.

  3. Gelijke toegang ouderrechten voor de buitengesloten helft van de familie van het kind
    Een vader is meer dan een toevallige bezoeker en een bron van financiën in het leven van zijn kind. Dat geldt ook voor grootouders van vaderskant en verdere familie.

  4. Bescherming van de ouderschapsregelingen tussen de beide ouders
    De gemaakte afspraken m.b.t. zorgverdeling tussen de beide ouders en de toegang tussen kind en beide ouders dienen te allen tijde te worden gewaarborgd en gehandhaafd. Ook de gemaakte afspraken m.b.t. contact tussen kind en (niet-zorgende)ouder dienen te allen tijde te worden gewaarborgd en gehandhaafd. Sabotage van ouderschapsregelingen en omgangsregelingen dient bestraft te worden.

  5. Vervanging van Kinderbescherming door een onafhankelijk transparant orgaan
    De Kinderbescherming acht het niet tot haar taak de claims en beschuldigingen door zorgende ouders te onderzoeken op waarheid, maar zij adviseert de rechtbanken wel op basis van deze beschuldigingen.
    De Kinderbescherming zou moeten worden vervangen door een onafhankelijk en transparant orgaan dat wel aan publieke verantwoording en controle is onderworpen.

  6. Open rechtspraak in familierecht
    Veel kinderen wordt de toegang tot een ouder ontzegd als gevolg van verregaande discriminatie door het verborgen functioneren van familierechtbanken achter gesloten deuren.

  7. Bevoegdheid mediatoren
    Het is van groot belang dat kinderen contact blijven houden met beide ouders tijdens bemiddelingstrajecten.

  8. Mediation vereist gelijk(waardig)e uitgangspositie tussen beide ouders
    Bemiddeling kan alleen doeltreffend zijn indien er gelijkwaardigheid bestaat bij het begin van het proces.

  9. Rol van de rechtbanken
    De fout die nog steeds gemaakt wordt is dat de rechtbank probeert uit te maken wie de beste ouder is. Rechtbanken zouden zich moeten richten op het opstellen en uitvoeren van ouderschapsplannen tussen scheidende ouders.

  10. Herstel en compensatie van al aangerichte schade
    Vele tienduizenden (groot)ouders hebben al jarenlang geen contact met hun (klein)kinderen gehad. Hoewel deze verloren jaren nooit meer terug kunnen keren, is er nog steeds een mogelijkheid om de door het Nederlandse familierecht beschadigde banden en verhoudingen te herstellen.



Onderliggende bijlagen:
  • Bijlage 1 - De internationale verklaring van Langeac
  • Bijlage 2 - Oproep van oudergroeperingen aan de Tweede Kamer (inzake wetsontwerp 30 145)
  • Bijlage 3 - Naar een rechtspsychologische grondslag voor het scheidingsrecht
  • Bijlage 4 - Brief aan de Minister voor Jeugd en Gezin André Rouvoet, over de ernstige gevolgen van de bestaande (echt)scheidingscultuur in Nederland
  • Bijlage 5 - Adviseur René Diekstra benadrukt in Staatscourant het belang van meer vaderbetrokkenheid bij het jeugdbeleid
  • Bijlage 6 – Opinieartikel in de NRC van 14 april 2007 van Wim Orbons over de anti-vadercampagnes van de overheid en SIRE

Zie voor de zes bijlagen: VADERTOP (m/v/grootouders) - 10 mei 2007
http://vadertop.blogspot.com/

Bijlage - De internationale verklaring van Langeac

Definitieve vertaling in het Nederlands (vanuit de originele Engelse tekst)

Grondbeginselen

a. Vaders en moeders hebben in het leven van hun kinderen gelijke status en als gevolg daarvan gelijke rechten en verantwoordelijkheden.

b. Als de ouders het samen niet eens kunnen worden, brengen de kinderen evenveel tijd door bij elk van hen.

c. Ouderschap berust uitsluitend op de relatie kind-ouder, niet op de relatie tussen ouders onderling. Kinderen hebben het recht beide ouders te kennen en andersom.

1. De belangen van het kind

a. De belangen van het kind mogen niet worden beschouwd als een vaststaand gegeven of iets dat losstaat van de belangen van de ouders en/of het gezin of als iets dat moet worden omschreven door openbare instellingen of deskundigen.

Het is aan de ouders om de belangen van hun kind te interpreteren, behalve in extreme gevallen van mishandeling of ouderlijke onbekwaamheid.

b. De publieke autoriteiten en andere derden moeten worden aangemoedigd om gezinnen en individuele gezinsleden te steunen als ze hulp nodig hebben, zo nodig ook preventief. Behoudens ernstige mishandeling, dienen ze echter beslist niet het recht te hebben om buiten de wens van de ouders in te grijpen.

c. Het kind moet het recht hebben om met zijn of haar ouders te communiceren ongeacht de situatie.

d. Biologisch ouderschap moet worden vastgesteld bij de geboorte door middel van een DNA-test. Zodra de conclusie van ouderschap (of niet-ouderschap) is getrokken, dienen alle bewijsmateriaal en verslagen onmiddellijk te worden vernietigd.

2. Keuzecontracten tussen ouders

a. Ouders dienen in staat te worden gesteld om rechtsgeldige contracten te ondertekenen, met een breed scala van mogelijkheden om hun rechten en plichten met betrekking tot hun kinderen in te vullen. Zo kunnen zij bij scheiding een ongelijke verdeling van de zorgtijd en de inkomens overeenkomen, of afspraken maken over partneralimentatie. De betrokken overheidsorganen hebben tot taak passende open contracten en procedures te ontwerpen, om keuzes te vereenvoudigen en de procedurekosten ervan te drukken.

b. Ouders hebben toegang tot advies en tot gestructureerde contracten die in alle gevallen, via bemiddeling dan wel via juridische tussenkomst een doeltreffend middel dienen te zijn om bij voorbeeld de verdeling van zorgtaken te regelen.

3. Respect voor de individuele handelingsvrijheid van elke ouder

a. Deze vrijheid moet behouden blijven behoudens de minimumvereisten voor ouderlijke samenwerking.

b. Verhuizing: Als een van de ouders op grote afstand wil gaan wonen, terwijl dat leidt tot potentiële problemen aangaande contact, reiskosten of zelfs tot een dreigende scheiding tussen een ouder en de kinderen, dan kan dat ingrijpen van externe autoriteiten noodzakelijk maken om te beslissen over de hoeveelheid tijd die bij elk van de ouders wordt doorgebracht. De vrije keuze van een volwassene om zijn/haar woonplaats te kiezen kan immers ingeperkt worden door de compromissen die noodzakelijk zijn om de zorg voor het kind te verzekeren. Beslissingen hierover moeten rekening houden met alle omstandigheden, inclusief bijvoorbeeld de noodzaak een baan te vinden door verhuizing. Het dogma van de "stabiele thuissituatie" hoort bij het nemen van een beslissing echter geen uitgangspunt te zijn.

4. Adoptieouders, de familie en andere belangrijke mensen

Kinderen hebben recht op contact met en informatie van familieleden van beide ouders en andersom. De ouder die op een moment de zorg heeft, heeft het recht om eindbeslissingen te nemen over contacten van het kind met anderen dan de familie, ouders of adoptieouders. Het kind houdt het recht beide biologische ouders te kennen, beide minstens op te kunnen bellen en te kunnen schrijven, in het laatste geval met bewijs van ontvangst.

5. De politiek-juridische context

a. De politieke-juridische context waarbinnen over gezinskwesties wordt besloten moet helder en eerlijk zijn voor beide sekses, zonder positieve of negatieve discriminatie. Relaties tussen mannen, vrouwen en kinderen zullen zo worden behandeld dat de ontwikkeling van groepsrivaliteit en polarisatie wordt voorkomen. Behoeften van deze of gene groep mogen niet tot gevolg hebben dat de belangen van anderen op aanmatigende wijze worden gepasseerd.

b. De belangen van het kind zijn gedefinieerd door ouders gezamenlijk. In geval van scheiding worden ze gedefinieerd door de ouder bij wie het kind op dat ogenblik verblijft.

Alleen als er duidelijk kindermishandeling is aangetoond, hebben andere partijen of openbare instellingen het recht om aan ouderlijke beslissingen op dit punt voorbij te gaan. In alle andere gevallen dient de bevoegdheid van genoemde derden te worden beperkt tot het geven van hulp en steun aan gezinnen in nood.

6. Gelijkheid op het werk

a. Beide seksen hebben in gelijke mate recht op ouderschapsverlof.

b. Arbeid moet zo worden ingedeeld dat beide ouders in staat zijn zo volledig mogelijk aan het leven van hun kinderen deel te nemen.

c. Dit vereist ontegenzeggelijk zo'n herindeling van arbeid dat deze een zelfde beeld zal gaan vertonen als de tijdsindeling van onderwijzers en leraren. Dit voorstel moet gezien worden in verband van een wereldwijde vermindering van de eisen die aan arbeiders worden gesteld en verder in het licht van het algemeen groeiende besef dat de emotionele en functionele banden tussen de generaties moeten worden verdiept.

7. Bemiddeling, Juridische terughoudendheid en de betrokkenheid van derden

a. Door deskundige derden bemiddelde vormen van samenwerking kunnen de voorkeur verdienen als het welzijn van het kind dat vereist. De rechten van de ouders om het kind bij zich te hebben en het te verzorgen dienen echter niet afhankelijk te zijn van de manier waarop deskundigen een ouderlijke bereidheid of weigering tot samenwerking beoordelen.

b. Sommige ouderlijke beslissingen vereisen overeenstemming. Er moeten structuren komen om dit mogelijk te maken, via derden of direct. Voorbeelden van zulke beslissingen: vaccinatie (medische zorg), schoolkeuze, zorgverdelingsafspraken, etc..

c. Alleen wanneer ouders niet tot overeenstemming kunnen komen, zal interventie van bemiddelaars in eerste instantie en van het gerecht in laatste instantie noodzakelijk worden.

d. Alleen wanneer ouders, rechtstreeks of via bemiddeling, geen overeenstemming kunnen bereiken, zullen rechters de beslissingen voor hen moeten nemen. Dat betekent niet dat deze van buiten komende autoriteiten het recht hebben te beslissen over de hoeveelheid ouderlijke zorgtijd, maar zij hebben dat alleen over het bepalen van de dagen en uren binnen de hoeveelheid tijd die door de ouders werd overeengekomen of de standaard 50/50.

e. Recht moet niet alleen moeten worden gesproken, het moet ook openbaar zijn.

Procedures achter gesloten deuren moeten waar mogelijk worden vermeden. Ook waar het noodzakelijk of wenselijk is om de identiteit van de partijen te beschermen, zullen wel de procesverslagen en de motivering en vastlegging van de beslissing openbaar beschikbaar zijn. Om dit te bereiken moeten er correct gestenografeerde verslagen van alle procedures bijgehouden worden.

f. Bemiddeling moet beschikbaar zijn voor, tijdens en na (echt)scheiding. Bemiddeling moet onafhankelijk zijn van de rechterlijke macht. Zij dient een gratis publieke voorziening te zijn, facultatief en zonder voorkeur op grond van geslacht. Rechtbanken dienen tussenkomst van bemiddelaars en een door bemiddeling tot stand gekomen overeenkomst te eerbiedigen.

8. Financiën

a. Als ouders financieel draagkrachtig zijn, is elk van hen financieel verantwoordelijk voor de helft van de kosten van de verzorging van het kind. Deze kosten kunnen van tevoren worden vastgesteld op basis van de minimum onderhouds- en verzorgingskosten voor de kinderen, wat in eerste instantie de verantwoordelijkheid is van de ouders en als ouders hun verantwoordelijkheden niet nakomen of niet kunnen nakomen, van de staat en andere verantwoordelijke instellingen.

b. Het staat ouders geheel vrij om onder elkaar elk ander contract of overeenkomst ten aanzien van het financiële onderhoud en andere zaken met betrekking tot de zorg voor de kinderen aan te gaan. Ouders kunnen dus wederzijds rechtsgeldige contracten sluiten waarin de rechten en/of plichten t.a.v. hun kinderen worden aangepast, bij voorbeeld wat betreft de verdeling van de kosten of de zorgtijd.

9. Kindermishandeling

Wreedheid (i), verwaarlozing (ii), geweld (iii), seksuele mishandeling (iv) dienen te vallen onder de relevante bepalingen van het strafrecht en niet onder de wetten betreffende zorgverdeling en gelijkverdeeld ouderschap. De veronderstelling van onschuld tot schuld is bewezen zal gelden voor alle gevallen, met uitzondering van de hieronder onder b. genoemde.

a. Beoordeling van kindermishandeling dient te gebeuren zonder vooroordeel. De vier typen kindermishandeling zullen gelijk gewogen worden. Tenzij de beschuldigingen van een dergelijke aard zijn dat ze onmiddellijk de veiligheid van het kind betreffen, zal er geen beslissing worden genomen om het contact met een van de ouders te verbreken.

b. Als er beschuldigingen bestaan en er is besloten het contact tussen het kind en een van de ouders op te schorten, dan moet er onmiddellijk een provisorisch onderzoek plaatsvinden om de gevaren vast te stellen. Na een schorsing van ten hoogste twee weken van de bestaande gelijke of andere overeengekomen zorgverdeling dient de oude situatie te worden hersteld, tenzij het onderzoek anders uitwijst. Schorsing alleen kan niet worden gebruikt als een middel om de rechten op ouderlijke zorg van een van de ouders te herzien.

c. Valse beschuldigingen of meineed zullen streng worden vervolgd onder de bepalingen van het wetboek van strafrecht.

d. Waar de ouder-kind relatie wordt beschadigd door oudervervreemding wordt het kind in zijn belangen geschaad en dit zal daarom worden beschouwd als een vorm van kindermishandeling. Ook maatregelen van de overheden die een ouder-kindrelatie op zo’n manier beschadigen dienen als een vorm van kindermishandeling te worden beschouwd en dienen overeenkomstig te worden bestraft.

10. Wat niet valt onder deze principes van gelijkverdeeld ouderschap

Het boven beschreven "gelijkverdeeld ouderschap" heeft niet direct betrekking op gevallen waarin een of beide ouders weigeren of niet in staat zijn hun ouderlijke verantwoordelijkheden ten aanzien van zorg en onderhoud van hun kinderen uit te oefenen. Het betreft alleen die gevallen waar beide ouders zich om hun kinderen willen bekommeren.

Een ouder die verklaart niet voor een kind te willen zorgen, kan daar ook niet toe gedwongen worden. Wat wel bestaat is de financiële plicht om zorg mogelijk te maken en zo is er ook een noodzaak om die zorg te verstrekken, door de ouders of door de staat. Nogmaals: kindermishandeling wordt onder. "gelijkverdeeld ouderschap" beschouwd als een aparte kwestie.

Definities

Ouders

..... worden gedefinieerd als de biologische ouders of, in geval van ernstige mishandeling of

bij weeskinderen, de adoptieouders.

Kind

….. is het menselijk wezen van geboorte af tot de laagste van de twee leeftijden behorend bij emancipatie en meerderjarigheid.

Gezin

...... is het kind en zijn biologische of adoptieouders.

Familie

....zijn de bloedverwanten van het kind en eventueel van zijn of haar adoptieouders


N.B. Elk onderdeel van deze verklaring is een integraal deel van het geheel en kan niet buiten het verband van de andere onderdelen worden toegepast of begrepen.

Bijlage - Oproep van oudergroeperingen aan de Tweede Kamer (inzake wetsontwerp 30 145)

Wetsontwerp Bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding

OPROEP AAN DE TWEEDE KAMER

Amersfoort, 21 april 2007

Ondergetekenden,

woordvoerders van groeperingen van ouders die na (echt)scheiding belemmerd zijn in de medezorg voor hun kind en in de volwaardige uitoefening van hun ouderschap,

doen een klemmend beroep op de leden van de Tweede Kamer om géén steun te geven aan het wetsontwerp Bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding.

Terecht beoogt het wetsontwerp de gelijkwaardige betrokkenheid van beide ouders bij het leven van hun kinderen, en de band van kinderen met hun beide ouders na (echt)scheiding te beschermen.

Ondergetekenden onderschrijven de bedoelingen van het wetsontwerp, doch stellen vast:

  • dat die bedoelingen al meer dan drie decennia worden nagestreefd met telkens nieuwe wettelijke regelingen,
  • dat die regelingen blijkens de statistieken géén positief effect sorteren,
  • dat die regelingen door conservatieve en creatieve jurisprudentie keer op keer blijken te kunnen worden uitgehold en ondermijnd [1],
  • dat de thans voorgestelde regelingen de (rechtspolitieke) jurisprudentie terugcodificeren en verder even krachteloos zijn als de regelingen die in het verleden baanbrekend werden geacht,
  • dat het wetsvoorstel in intentie progressief is, maar in feite achterblijft bij de rechtsontwikkeling in landen als België en Frankrijk, en zelfs de eerdere Nederlandse vernieuwingen uitholt,
  • dat het wetsvoorstel niet steunt op rechtspsychologische [2] overwegingen die de diepere oorzaken van polarisatie blootleggen, zodat de voorgestelde regelingen niet verder reiken dan symptoombestrijding, zonder de bedoelingen waar te kunnen maken,
  • dat de voorgestelde regelingen de beoogde gelijkwaardigheid en autonomie van ouders na scheiding niet vertalen in rechtszekerheid en rechtsgelijkheid,
  • dat de feitelijke ongelijkwaardigheid polarisatie in de hand blijft werken en daardoor in de weg staat aan het meest fundamentele belang van kinderen, te weten vrede tussen hun ouders,
  • dat te ruime rechterlijke beslissingsruimte een forum creëert voor een oneigenlijke twist over het belang van de kinderen,
  • dat de feitelijke ongelijkwaardigheid tussen de ouders en de te ruime beslissingsruimte van de rechter onbemiddelbaarheid in de hand werken.

Ondergetekenden vragen de wetgever te bevorderen dat rechtspsychologisch onderzoek wordt geëntameerd ten behoeve van toekomstige wetgeving, expliciet gericht op het voorkomen van polarisatie en op het bewaren van de vrede tussen scheidende ouders, zodat autonome oplossingsgerichtheid van scheidende ouders, ondersteund door bemiddeling, tot verdere ontplooiing kan komen.


Hoogachtend,

  • Mr Ir Peter Prinsen, oud-advocaat (06-51.50.33.51)
  • Stichting Dwaze Vaders: Perry Stuart, Leo Bevaert
  • Fathers 4 Justice (F4J): Andrew Work, Marijke de Both, Dennis Grippeling
  • Stichting Kind en Omgangsrecht / Vader Kennis Centrum: Peter Tromp, Melchior Tijssen
  • Stichting Ouders Zonder Omgang: Arthur Ross, Theo Nieuwenhuizen
  • Stichting Kinderen - Ouders – Grootouders: Truus Barendse
  • Gescheiden Vaders Nederland: Ad Verdiesen
  • Joep Zander, pedagoog en schrijver
  • Rob van Altena, publicist
  • Wouter Hanhart, arts
  • Wim Orbons, gezondheidseconoom

--------------------------------------------------
Voetnoten
[1] Haalbaarheidscriterium, Hoofdverblijfplaats, Omgangsontzegging ondanks gezag.
[2] Rechtspsychologie, een vorm van toegepaste psychologie, bestudeert het gedrag van mensen onder invloed van het recht, en het recht als beïnvloedingsinstrument voor gedrag.

Bijlage - Naar een rechtspsychologische grondslag voor het scheidingsrecht

De kinderen en hun ouders vóór, tijdens en na scheiding

Mr Ir Peter Prinsen, oud-advocaat

Leiden, 3 mei 2007

Het belang van het kind expliciet centraal stellen schiet zijn doel voorbij. Beter is het de vrede tussen de ouders centraal te stellen, op basis van rechtspsychologisch inzicht, dat niet veroordeelt maar verklaart. Maakbaarheidsgeloof is fnuikend, maatwerk een illusie. Beslissingsruimte van de rechter moet worden beperkt, ten gunste van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. Pas dan kan bemiddeling tot volle ontplooiing komen.

Inleiding

Bij het Parlement is aanhangig het wetsvoorstel “Bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding”. Scheidende ouders zullen voortaan een ouderschapsplan (convenant) over moeten leggen. De rechter kan ouders naar een bemiddelaar verwijzen en aan het kind een bijzonder curator toewijzen. De rechter kan bepalen bij wie van de ouders het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft. Leggen de ouders, ook na bemiddeling, geen ouderschapsplan over, dan gaat de rechter zich er als vanouds inhoudelijk mee bemoeien. De rechter kan dan het hoofdverblijf en een “omgangsregeling” vaststellen, een sanctie bij niet-naleving opleggen, of “omgang” ontzeggen, ook al heeft die ouder formeel nog het gezag. Ook kan de rechter een ouder het gezag ontnemen.

Het wetsvoorstel behelst codificatie van jurisprudentie c.q. reeds gebezigde rechtspraktijk. Op grond daarvan kan nu reeds gewezen worden op de omslachtigheid, kwetsbaarheid en de onbetaalbaarheid van het systeem voor de ouders in de meer moeizame gevallen, terwijl de effectiviteit (in termen van voortgezet ouderschap van enige inhoud) in die gevallen nihil blijkt.

N.B.: Sinds de laatste vernieuwing (1998) blijft het gelijkwaardig ouderlijk gezag bij echtscheiding intact: De huidige wet kent in die gevallen geen hoofdverblijf en geen ontzegging van de omgang. De nu voorgestelde invoering van het hoofdverblijf en van de ontzegging van omgang aan de ouder die gezag heeft behelst codificatie van (rechtspolitieke) jurisprudentie waarmee de Rechterlijke Macht effectief de eerdere wettelijke vernieuwingen had uitgehold. De vernieuwing van 1998 heeft nooit een eerlijke kans gehad. Thans zwicht de Wetgever expliciet voor de Rechterlijke Macht.

Scheidingen verlopen vaak zeer conflictueus. Jaarlijks krijgen ruim 60.000 kinderen te maken met (echt-)scheiding van hun ouders. De helft van die kinderen verliest daarbij een van zijn ouders. Tientallen duizenden levens raken jaarlijks ontwricht. Ouderlijke scheiding is vaak voor kinderen een levensles van de slechtste soort.

Wij zijn geneigd de ouders de schuld te geven, maar is dat wel terecht? En, belangrijkere vraag, leidt dat ergens toe? De problema­tiek lijkt maatschappe­lijk even onaan­vaardbaar als onoplosbaar, getuige de permanente stroom van overheidsinitiatieven in de afgelopen drie decennia, gericht op verbetering van deze situatie. Het momenteel aanhangige wetsvoorstel tracht nadrukkelijk (maar vrijblijvend) het ouderschapsplan en bemiddeling op de voorgrond te plaatsen. Goede bedoelingen alleen schieten echter tekort en zullen dat blijven doen zolang een baanbrekende vernieuwing uitblijft. Scheidende ouders kunnen veel baat hebben bij bemiddeling, maar als de wet niet fundamenteel verandert zal het merendeel van de scheidende ouders argeloos blijven belanden in de beruchte conflictspiraal die de wet voor hen in petto heeft. Het huidige wetsvoorstel zal dan ook een papieren tijger blijken te zijn, weliswaar nuttig voor bemiddelbare en bemiddelde ouders, maar nutteloos voor juist díe problematiek die het beoogt op te lossen. Het wetsvoorstel staat verdere ontplooiing van mediation in de weg.

Het echtscheidingsrecht ontbeert een rechtstheoretische grondslag. Alleen rechtspsychologische analyse van het echtscheidingsrecht kan leiden tot een baanbrekende oplossing. Daaruit blijkt dat gebroken moet worden met de tirannie van het Belang van het Kind, omdat procedures daarover gemakkelijk ontaarden in een onbeheersbare twist over wie daar het meest geschikt voor is. Veel beter zou het zijn om een ander uitgangspunt centraal te stellen: vrede tussen de scheidende ouders, want dàn pas is er echt ruimte voor behartiging van de belangen van hun kind. Aldus komt het belang van het kind op een hoger niveau centraal te staan. Hieronder de gedachtegang in 12 stappen, verdeeld over 3 hoofdstukken. Uitgangspunt is de als “normaal” te kwalificeren verhouding in het gezin.

A. Natuur en Cultuur.

1. Legitieme zaak

Kinderen worden verzorgd en opgevoed door hun eigen ouders. Vader en moeder zijn de onvervangbare behartigers-van-nature van de belangen van hun kinderen. Ouders die opkomen voor hun kind tegen disproportionele inbreuken op hun ouderschap verdienen ons respect. Zij hebben een legitieme zaak.

2. Genetisch gewortelde drijfveren

Ouderlijke zorg voor het kind in autonomie en gelijkwaardigheid berust op een genetisch gewortelde drijfveer, formeel erkend als mensenrecht. Vanuit het perspectief van het kind geldt omgekeerd hetzelfde: genetisch geworteld, met formele erkenning in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind.

3. Rechtszekerheid, gelijkwaardigheid, autonomie

De beleving van rechtszekerheid en respect maakt dat ouders zich zonder berekening dienstbaar kunnen maken aan het belang van hun kinderen. Kinderen beleven hun ouders als gelijkwaardig. Ouders voeren pedagogisch beleid in gelijkwaardigheid en autonomie.

B. De (rechts)psychologie van het fout gaan bij scheiding.

4. Overheidsbemoeienis berustend op maakbaarheidgeloof is bedreigend.

Het belang van het kind wordt als expliciet en maakbaar opgevat. Dat betekent, dat als de ouders “er samen niet uit komen” de overheid de dienst gaat uitmaken, in het belang van het kind. Ouders doen er dan niet toe. Dat weten de ouders van het begin af aan, en dat is zeer bedreigend voor ouders. De ouders krijgen het gevoel bij scheiding te moeten bewijzen een goed opvoeder te zijn, of een betere opvoeder dan de andere ouder. Ouders die samen rechter en recht irrelevant verklaren bewaren de vrede. Maar neemt ook maar één ouder het recht serieus, dan belanden zij samen argeloos in de val van de uitgelokte competitie: “Ik ben een goed ouder” - “Nee ik ben beter”. Door deze zelfprofilering kwetsen de ouders onbedoeld de ander in diens ouderlijk zelfrespect. Rechtszekerheid blijkt opeens een illusie, het gratuite sussen door de rechter ten spijt. Ouders staan voor een prisoner’s dilemma: Samenwerken met de andere ouder of strijden om het behoud van de band met het kind en om ouderlijk zelfrespect? Als ieder der ouders nou maar zeker zou weten dat de andere ouder even rationeel zo handelen als hijzelf, dat hij of zij nooit of te nimmer uit het leven van hun kind verdreven zouden worden, als ze zeker zouden weten dat hun gelijkwaardigheid gerespecteerd zou worden, kortom als het ouderschap even onschendbaar zou zijn als het menselijk lichaam, als de integriteit van het ouderschap gerespecteerd en beschermd zou worden, dan zou strijd onnodig zijn. Zulke rechtszekerheid zou de voor samenwerking noodzakelijke vertrouwensbasis kunnen verschaffen, maar rechtszekerheid ís er niet. Het ontbreken van rechtszekerheid haalt het slechtste in de mens naar boven.

5. “Belang van het kind centraal”

Cruciaal in dit mechanisme is het feit dat het belang van het kind (in de betekenis van maakbaar) centraal heet te staan in het Recht. Impliciet wordt hiermee aan de ouders rechtszekerheid onthouden: alleen het kind telt, aan ouders heeft het Recht geen boodschap. Het Recht denkt anders dan ouders. Hun bedoelingen, eerlijk of oneerlijk, doen er niet toe. Hun geschil wordt niet opgelost. Geen wonder dat vaak een spiraal van machinatie en eigenrichting het gevolg is. (Overigens: Na toevertrouwing is er plotseling selectieve strafrechtelijke, zéér effectieve rechtsbescherming van de als verzorger uitverkoren ouder).

6. Onderzoek zelf vervormt de te onderzoeken werkelijkheid

Ieder onderzoek in een dergelijke instabiele situatie naar het belang van het kind leidt ipso facto tot allesoverheersende polarisatie en vervorming van de oorspronkelijke werkelijkheid.

Dat onderzoek naar wat het beste is in het belang van het kind biedt dan ook geen rationele grondslag voor een beslissing die recht doet aan die oorspronkelijke werkelijkheid.

Rechters en mediators plegen de ouders te vermanen dat zij hun conflict als partners niet moeten uitbreiden tot een conflict als ouders. Maar het zijn nota bene de rechters en mediators zèlf die het conflict die kant op sturen met het centraal stellen van het belang van het kind.

Nieuw te ontwikkelen wetgeving moet uitgaan van de nog niet zo sterk gepolariseerde oorspronkelijke realiteit en mag de heftige strijd tussen de ouders, gevolg van de huidige wetgeving, niet aanzien voor de oorspronkelijke werkelijkheid.

7. Van oogappel tot twistappel

Procedures waarin het belang van het kind als ‘maakbaar’ per geval wordt ‘vastgesteld’ maken het kind van oogappel tot twistappel, als rechtspsychologisch gevolg van de huidige procedure.

C. Nieuw familierecht: rechtspsychologie in plaats van maakbaarheid.

8. Vrede tussen de ouders centraal, door rechtsgelijkheid, rechtszekerheid en autonomie.

Het belang van het kind is het meest gediend met vrede tussen de ouders. Centraal beginsel van de echtscheidingswet moet daarom worden: het voorkómen van (verdere) polarisatie en het waarborgen van voorwaarden voor behoud of herstel van vrede tussen de ouders. Want vrede tussen de ouders, dat borgt pas écht het belang van het kind.

De wet mag geen enkel aanknopingspunt, hoegenaamd, bevatten dat de vrede tussen de ouders kan verstoren of onvrede kan aanwakkeren. Verkapte ontheffing van of ontzetting uit het ouderlijk gezag of beperking daarvan (eufemistisch aangeduid met omgangsregeling, toevertrouwing, hoofdverblijf, éénhoofdig gezag) moeten daartoe uit het echtscheidingsrecht worden gebannen, evenals diepgravende onderzoeken naar het belang van het kind.

9. Verankering in de wet

Het rechtspsychologisch fundament dient verankerd te worden in de wet. De wet mag aan de rechter geen ruimte bieden om tussen ouders, advocaten, mediator een twist te laten ontstaan over wat het meest in het belang van het kind is.

10. Echtscheiding geen maatregel van kinderbescherming

Echtscheiding mag dan ook niet behandeld worden als een verkapte maatregel van kinderbescherming, maar hoort een ordemaatregel te zijn, waarbij het in beginsel slechts mag gaan om agendakwesties en zakelijke opvoedingsgeschillen (zoals schoolkeuze); verder dan dat moet het rechterlijk ‘maatwerk’ niet gaan, zeker niet richting (dis-)kwalificaties van de ene of de andere ouder. Expliciet maakbaarheidsgeloof is fnuikend, verderreikend maatwerk een illusie. Iedere poging tot maatwerk leidt tot twist over de maatvoering. Te ruime discretionaire bevoegdheid van de rechter leidt tot ongestructureerde debatten en zal het kind onvermijdelijk tot twistappel maken. Met een variant op een bekend adagium: Summa diligentia, summa negligentia.

11. Echtscheiding als ordemaatregel

Ten behoeve van die ordemaatregel moet gelijkwaardigheid van de ouders in de wet als norm en als regelend recht worden vastgelegd, met drastische terugdringing van de discretionaire bevoegdheid van de rechter. Dus:

  • Erkenning schept ouderlijk gezag.
  • Geen hoofdverblijf bij één der ouders maar gelijk verdeeld co-ouderschap (behoudens andere onderlinge afspraken), met beurtelingse huisvesting zoals in België en Franrijk.
  • Afwijken van de regel met grote terughoudendheid en alleen op zakelijke gronden.
  • Wie om privé-redenen wil afwijken van het ouderschapsplan (verhuizing naar een ander deel van het land) draagt zelf de consequenties.
  • Wie zegt niet te kunnen samenwerken met de andere ouder kan niet de ander, maar slechts zichzelf laten ontheffen van het ouderschap.
  • Rechtszekerheid vereist dat onttrekking van het kind aan de door de rechter vastgestelde zorg van de andere ouder wordt voorkomen en zonodig bestreden met de bestaande middelen (sterke arm van rechtswege, opsporings- en dwangmiddelen strafvordering) zonder nieuwe rechterlijke toetsing.
  • Rechtsgelijkheid (gelijkwaardigheid) vereist dat de (dreigende) toepassing van die middelen even stringent tegen moeders als tegen vaders is gericht.

12. Kinderbescherming en bijzonder curator horen niet in het hoofdstuk echtscheiding

Echtscheiding mag niet het wettelijk vermoeden van bedreiging van de ontwikkeling van het kind opleveren. Dat idee stamt uit de tijd dat echtscheiding op zichzelf met zedelijk verval werd gelijkgesteld. Dat wettelijk vermoeden is een self-fulfilling prophecy: Inschakeling van de Raad voor de Kinderbescherming of van een bijzonder curator speelt de ouders tegen elkaar uit. Dàt bedreigt het kind in zijn ontwikkeling. Als een ouder echt niet deugt is er de echte maatregel van kinderbescherming. Met (echt-)scheiding heeft dat niets te maken.

Bijlage - Brief aan de Minister voor Jeugd en Gezin om aandacht te vragen voor de gevolgen van de (echt)scheidingscultuur in Nederland

Aan: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Mr. A. Rouvoet, minister voor Jeugd en Gezin
Postbus 20350
Den Haag

Van: Prof. dr. René Diekstra en Wim Orbons

Brunssum / Leiden, 25 februari 2007

Geachte heer Rouvoet,

Naar aanleiding van het regeerakkoord en de samenstelling van een nieuw kabinet willen wij als expertgroep van het manifest ''Integriteit van het ouderschap'', dat in het voorjaar van 2004 aan de toenmalige minister van Justitie is aangeboden, aandacht vragen voor de (echt)scheidingscultuur, die zulke ernstige en grote gevolgen heeft voor de sociale, financiële en maatschappelijke samenleving. In het bijzonder verdient het belang van kinderen daarbinnen aandacht.

Vrijwel alle politieke partijen schenken in hun verkiezingsprogramma’s ruim aandacht aan het gezin. Er is inmiddels zelfs een minister voor Jeugd en Gezin. Een goed signaal. Wat ontbreekt is maatregelen om het traditioneel samengestelde gezin te versterken, bij elkaar te houden en (echt)scheiding te ontmoedigen.

Volgens het CBS (Bevolkingstrends, 4e kwartaal 2005) vinden er jaarlijks bijna 110.000 echt- en flitsscheidingen en verbrekingen van samenwoonrelaties plaats, waarbij bijna 60.000 kinderen zijn betrokken. De ernstige en grote negatieve gevolgen van (echt)scheiding zijn in veel binnen- en buitenlandse onderzoeken beschreven.

Kinderen van gescheiden ouders leven korter, statistisch gezien, hebben een grotere kans op armoede (ook als volwassenen) en achterstand, doen het slechter op school, hebben vaker emotionele of psychische klachten, lopen meer kans op gezondheidsproblemen en seksueel misbruik, raken vaker aan drank en drugs en belanden eerder in de (jeugd)criminaliteit.

Door echtscheiding en verbroken relaties worden in Nederland ruim een miljoen kinderen in een halve eeuw minder geboren (CBS en NGR, 2001). Opmerkelijk is dat in de discussies over de vergrijzing daar niet over wordt gerept. Zelfs niet nu volgens het CBS het jaar 2006 vermoedelijk het laagste aantal geboorten te zien heeft gegeven sinds 1900.

Scheidingskinderen hebben zelf een twee tot drie keer grotere dan normale kans op scheiding (CBS, 2005). Twee keer zo groot indien het kind opgroeit bij één gescheiden ouder en drie keer indien het opgroeit bij twee gescheiden ouders (twee ouders die ieder uit een scheiding met elkaar een nieuwe relatie hebben gevormd). Een neerwaartse spiraal die zich, via socialisatie van relatie-modellen, zal doorzetten bij ongewijzigd kabinetsbeleid.

Indien instandhouding of bescherming van het huwelijk (of samenwoonrelatie), in het belang van verreweg de meeste kinderen, de nodige prioriteit krijgt, zijn minstens drie maatregelen noodzakelijk. 1). Het bijstellen van de eenzijdige schuldloze (echt)scheiding zonder motivering. Het eenzijdig opzeggen van huwelijken (of samenwoonrelaties) zonder valide motivatie moet zo niet onmogelijk, in ieder geval moeilijker worden, zeker indien daar minderjarige kinderen bij betrokken zijn. In zekere zin op dezelfde wijze als het nu ook onmogelijk is een hypotheek of een levensverzekering eenzijdig op te zeggen, zonder dat daar passende (financiële) compensatie tegenover staat. Degene die de 'trouw'belofte en het huwelijkscontract (of samenwoonrelatie) wil verbreken, moet daarop worden afgerekend, bijvoorbeeld bij de verdeling van vermogen. Ook kan gedacht worden aan het verminderen van hoogte en duur van de partneralimentatie ten nadele van degene die het huwelijkscontract eenzijdig wil beëindigen. Opmerkelijk is in ieder geval dat voor alle contracten die eenzijdig worden ontbonden, geldt dat (financiële) compensatie de norm is, behalve voor het huwelijkscontract. 2). Huwelijken (of samenwoonrelaties) kunnen pas na een jaar-afkoelingsperiode (zoals bijvoorbeeld in Duitsland) en een verplichte relatietherapie (zoals bijvoorbeeld in Noorwegen) worden ontbonden door een daarin gespecialiseerde (relatie)rechtbank. Voor vrijwel alle (arbeids)contracten, die eenzijdig worden verbroken, gelden opzegtermijnen. Voor het belangrijkste contract: het huwelijk (of samenwoonrelatie), geldt dit niet. Bemiddeling zou er primair op gericht moeten zijn om te bezien of het huwelijk (of samenwoonrelatie) in stand kan blijven en niet zoals momenteel in de praktijk voornamelijk gebeurt: het versoepelen van de afhandeling van de (echt)scheiding. 3). Een gehandhaafd gelijkwaardig ouderschap na een onvermijdelijke scheiding, zoals recent in België is ingevoerd. Een belangrijk neveneffect van gelijkwaardig ouderschap na scheiding is dat het aantal scheidingen zal verminderen. Uit onderzoek naar circa 43.000 scheidingen (Brinig en Allen, Iowa, 2000) blijkt dat als een ouder - meestal de moeder - na scheiding niet de kinderen kan mee krijgen met uitsluiting van de andere ouder - meestal de vader - het aantal scheidingen vermindert.

De zogenaamde 'flitsscheiding' moet onmogelijk worden gemaakt. Maar ook andere (echt)scheiding zou naar ons oordeel moeilijker moeten worden gemaakt, zeker indien daar kinderen bij betrokken zijn. Een eventuele vrees dat, als scheiden moeilijker wordt, waar geen weldenkend mens tegen kan zijn, er minder mensen voor het huwelijk (of samenwoonrelatie) zullen kiezen, kan ondervangen worden door mensen verplicht een huwelijkscontract te doen aangaan indien zij aangifte doen bij de Burgerlijke Stand van hun (eerste) kind. Daarmee krijgen alle kinderen en ouders dezelfde rechten én plichten tegenover elkaar.

Uit recent onderzoek van wetenschappers van de Universiteit van Michigan en het Duitse Economisch Onderzoeksinstituut onder leiding van Richard Lucas, die achttien jaar lang 30.000 mensen volgden, blijkt dat (echt)scheiding voor levenslange schade zorgt. Bovendien is (echt)scheiding een belangrijke factor van armoede (en armoede maakt de waarschijnlijkheid op andere negatieve verschijnselen, zoals (jeugd)criminaliteit, groter).

De meeste politieke partijen zijn terecht van oordeel dat de overheid moet toezien op handhaving van de vastgestelde alimentatie- en omgangsregelingen. Maar alimentatieregelingen zijn niet zo’n groot probleem. Via het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) wordt in het merendeel van de gevallen de alimentatie bij weigering alsnog bij de betreffende ouder geïnd. Veel problematischer is dat omgangsregelingen niet worden gehandhaafd. Bijna de helft van de kinderen heeft na scheiding géén of nauwelijks contact met beide ouders volgens het CBS. Naar ons oordeel moet omgang tussen ouders en kinderen altijd mogelijk zijn en plaatsvinden (tenzij bijvoorbeeld de rechter een ouder heeft veroordeeld voor kindermishandeling, -verwaarlozing en dergelijke).

Overigens hebben veel omgangsregelingen, dikwijls van het type 'een weekend in de twee weken', weinig met opvoeding van doen. Uit een reeks van onderzoeken blijkt dat de samenhang tussen de ontwikkeling van kinderen en actieve betrokkenheid (qua gedrag en opvattingen) van de vader tenminste gelijk is en volgens sommige studies zelfs enigermate groter is dan de samenhang met gedrag en opvattingen van moeder. Dat geldt voor zonen, maar ook voor dochters over de hele leeftijdsperiode van 0 tot 18 jaar, en het geldt voor kinderen ongeacht cultuur, etnische afkomst en sociale klasse. Daarom is vanuit opvoedkundige oogpunt verblijfsco-ouderschap, zoals recent in België is ingevoerd, te prefereren als uitgangspunt boven omgangsregelingen, mede gelet op de neveneffecten ervan. Natuurlijk is verblijfsco-ouderschap niet in alle gevallen voor kinderen ideaal of praktisch haalbaar. Maar het vermindert wel het aantal scheidingen en dat is voor verreweg de meeste kinderen (en samenleving) wel ideaal. Amerikaans meta-onderzoek (onder andere Benjamin & Irving, 1989 en Bauserman, 2002) wijst uit dat ouders bij gedeeld ouderschap minder vaak ruzie hebben en dat psychische aandoeningen bij kinderen niet vaker voorkomen. Verbreken van contact met een van de ouders kwam bijna niet meer voor.

Voor wat betreft de lange termijn gevolgen van (echt)scheiding hechten we er aan nog het volgende op te merken. Uit een recent Belgisch onderzoek (Bracke, Gouwy en Wauterickx, Gent, 2006) blijkt dat scheidingskinderen ruim 20 jaar later nog lijden onder de scheiding. Dat betekent onder andere dat kinderen van een scheiding meer last hebben dan van de dood van hun vader of moeder. Dat ligt in zekere zin ook voor de hand. Terwijl bij overlijden rouwverwerking kan plaatsvinden en loyaliteitsconflicten en 'het heen en weer worden getrokken tussen twee vuren' niet aan de orde zijn, is bij scheiding de relatie tussen kind en ouders een continue opgave vol van ambiguïteit, onzekerheid, kwesties van loyaliteit en problematische beeldvorming omtrent het omgaan met (relatie)conflicten. Wat dat betreft is ook veel betekenend dat (echt)scheiding de kans sterk vergroot dat kinderen op latere leeftijd ook 'van hun ouders scheiden'. Dat wil zeggen dat er geen kontakt meer is of dat het kontakt heel erg 'dun' is. Het spreekt voor zich dat dit gevolg voor beide kanten (ouders en kinderen) een belangrijke bron van onwelbevinden, spanning en gezondheidsklachten is. In ieder geval is het aantal ouders dat door hun volwassen kinderen 'verlaten' wordt, aanzienlijk groter onder de groep gescheidenen.

Naast andere factoren speelt daarbij een rol dat terwijl de dood voor kinderen te begrijpen is, (echt)scheiding, in ieder geval in 'matige' huwelijken (of samenwoonrelaties) dat vaak niet is. Uit een grootschalig onderzoek (Waite e.a., Chicago, 2002) blijkt dat een slechte relatie beter is dan een scheiding. Bovendien is de 'slechte' relatie, bijvoorbeeld als gevolg van stress op het werk, of door de komst van een (huil)baby vaak maar tijdelijk. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat 'slechts' minder dan 30 procent van de gescheidenen zegt na (echt)scheiding gelukkiger te zijn. Zelfs uitgesproken 'slechte' huwelijken (of samenwoonrelaties) die ontbonden worden zijn voor kinderen soms niet te begrijpen. Tijdens zijn verblijf op de Nederlandse ambassade in Syrië vroeg Ammar aan zijn moeder Janneke Schoonhoven: ''Als papa en jij zo’n hekel aan elkaar hebben, waarom hebben jullie dan samen kinderen gekregen?'' Volgens de Californische onderzoekster Judith Wallerstein is slechts 10 procent van de kinderen na scheiding even gelukkig als ervoor.

Internationale kinderontvoeringen zijn strafbaar en hebben hetzelfde resultaat als het negeren van omgangsregelingen: namelijk het onttrekken van kinderen aan hun ouder, meestal vader. Voor binnenlandse 'kindermeename' vóór (echt)scheiding en het negeren van omgangsregelingen na (echt)scheiding, wat niet strafbaar is, althans als moeders zich hier schuldig aan maken, hebben OM en rechtspraak de spelregel: afdwingen van omgang tussen een gescheiden vader en zijn kind is niet in het belang van het kind. Dat is ons inziens een merkwaardig en verkeerd signaal. Want het opent de weg voor onwillige ouders (meestal moeders) na scheiding om omgangsregelingen straffeloos te negeren. Het suggereert bovendien alsof het wel in het belang van het kind is dat het van de ene dag op de andere zijn vader niet (nooit) meer ziet. De genoemde door OM en de rechtspraak gehanteerde regel bevordert ons inziens op deze wijze de scheidingscultuur.

Een minister voor Jeugd en Gezin is, zoals reeds gezegd, een belangrijk signaal. Wij roepen deze minister op nog eens kritisch te kijken naar de oorzaken van de scheidingscultuur (vooral de invoering van de eenzijdige schuldloze opzegging van het huwelijk begin jaren zeventig), en naar de definitie van het huwelijk en het gezin. Want het heeft er op dit moment alle schijn van dat minderheden (homoparen en het almaar toenemende aantal éénouder- en stiefgezinnen) meer invloed te hebben op de politieke discussie, en daarmee op politici c.q. wetgeving dan meerderheden: het traditioneel samengestelde gezin van man, vrouw en kind, getrouwd of niet.

Het belang van het terugdringen van (echt)scheidingen kan niet gemakkelijk overschat worden. Het betekent onder andere minder belasting van diverse overheidsvoorzieningen, met name de Bureaus Jeugdzorg. Tachtig procent van de kinderen die bij Bureau Jeugdzorg belanden, komt uit een gebroken éénoudergezin. Het voortdurend uitbreiden van het budget van de Bureaus Jeugdzorg is ons inziens voor een (aanzienlijk) deel symptoombestrijding. Het is op dat punt veelbetekenend dat de Bureaus Jeugdzorg, ondanks hun naamgeving, weinig doen aan de bevordering en bescherming van de kwaliteit van de ontwikkelingsomgeving van kinderen en jeugdigen en evenmin aan vroegtijdige signalering van problematische gezinssituaties/ouderrelaties. Ook andere instanties zijn op deze belangrijke opgaven nauwelijks toegesneden dan wel daarvoor uitgerust. Ons inziens is op deze punten ruimte voor zeer aanzienlijke verbeteringen van jeugd- en gezinsbeleid.

Het betekent ook terugdringen van huiselijk geweld, ook in zijn fatale vorm. Zoals het in april 2006 verschenen rapport, getiteld ''Voldoende Schakels maar Geen Keten'', het verslag van het onderzoek naar een Haags gezinsdrama (waarbij vier doden vielen) en naar het functioneren van het convenant huiselijk geweld, onder meer heeft laten zien, fungeert huiselijk geweld veelal tegen de achtergrond van scheiding of dreigende scheiding.

Het betekent voorts het verminderen c.q. voorkomen van ernstige emotionele en gedragsproblemen onder zowel kinderen en jongeren als volwassenen.

En tenslotte betekent het een toename van interpersoonlijk en sociaal vertrouwen. Het dalen van het (echt)scheidingscijfer betekent het stijgen van vertrouwen en de toename van sociale samenhang tussen de leden van een gemeenschap.

Met de meeste hoogachting,

Prof. dr. René Diekstra, hoogleraar psychologie van de Universiteit Middelburg, Lector Jeugd en Opvoeding Haagse Hogeschool en wetenschappelijk adviseur College B&W Rotterdam.

Wim Orbons, gezondheidseconoom, voormalig bestuurder van gezondheidszorgorganisaties en contactpersoon van de expertgroep van het manifest ''Integriteit van het ouderschap'' (2004).

Correspondentieadres: Stokhoes 22, 6444 DA Brunssum

Geraadpleegde literatuur:

  • CBS, Scheiden, waarom … en daarna. Paper voor de Nederlandse Demografiedag, 2005.
  • CBS, Bevolkingstrends, 4e kwartaal, 2005.
  • CBS en NGR, Samenleven, nieuwe feiten over relaties en gezinnen, De Sara’s van nu, 2001.
  • Margaret F. Brinig en Douglas W. Allen, Iowa, These boots are made for walking, why wives file for divorce, American Journal of Law and Economics, 2000.
  • Richard E. Lucas, e.a., Time does Not Heal All Wounds, A Longitudinal Study of Reaction and Adaptation to Divorce, Psychological Science, 2005
  • Robert Bauserman, Child Adjustment in Joint-Custody Versus Sole-Custody Arrangements: A Meta-Analytic Review, Journal of Family Psychology, 2002.
  • Piet Bracke, Aneleen Gouwy, Naomi Wauterickx, Parental Divorce and Depression: Long-Term Effects on Adult Children, Journal of Divorce & Remarriage, 2006.
  • Linda J. Waite, Don Browning, William J. Doherty, Maggie Gallagher, Ye Luo en Scott M. Stanley, Does Divorce Make People Happy?, Findings from a Study of Unhappy Marriages, website: www.americanvalues.org., 2002.
  • Judith S. Wallerstein, Julia M. Lewis, Sandra Blakeslee, The Unexpected Legacy of Divorce: The 25 Year Landmark Study (Paperback), Hyperion Books, 2000.

Bijlage -Adviseur René Diekstra benadrukt in Staatscourant het belang van meer vaderbetrokkenheid bij het jeugdbeleid

Belangrijke vaders

Staatscourant; René Diekstra; 31 oktober 2006

Onlangs had ik, in het kader van mijn werk als adviseur Jeugdbeleid, een overleg met vertegenwoordigers van consultatiebureaus. Verschillende keren lieten ze de term OKZ, ouder-kind zorg, vallen. Op een gegeven moment vroeg ik hoeveel van de ouders in hun OKZ vaders zijn. Het antwoord was: een (heel) kleine minderheid.

Een paar dagen later had ik een overleg met medewerkers van een aantal GGD’s die oudercursussen verzorgen of coördineren. Ik vroeg hen hoeveel van de ouders die aan de cursussen deelnemen vaders zijn. Het antwoord was: een (heel) kleine minderheid.

Op mijn vragen aan beide groepen of het geringe bereiken van vaders hen niet verontrustte en of ze inmiddels strategieën hadden ontworpen of in onderzoek hadden om meer vaders te bereiken, was het antwoord op de eerste ‘ja’, op de tweede eigenlijk ‘nee’. Eigenlijk, want ze hebben het er wel eens met elkaar over, maar tot gerichte actie of onderzoek leidt dat niet of nauwelijks. Als het gaat om ouder-kind zorg en opvoedingsondersteuning hebben de verantwoordelijke instanties zich er blijkbaar al lang bij neergelegd dat dit voornamelijk moeder-kind zorg en ‘moeder’ondersteuning is.

Ik heb het donkerbruine vermoeden dat ze dat in de dagelijkse uitvoering ook niet slecht uitkomt. Sterker nog, de cultuur van de betreffende instellingen is voornamelijk een ‘moeder’cultuur. Wat dat betreft was het tekenend dat bij de overleggen, waar ik het over had, in totaal op de ongeveer 30 vrouwen, zegge en schrijve één man aanwezig was (mezelf niet meegerekend).

Het is natuurlijk onwaarschijnlijk dat een moederbastion voor vaders een aantrekkelijke plaats is om zich naar te begeven, zeker als het gaat om zulke gevoelige en vaak subtiele kwesties als verzorging en opvoeding van kinderen. Zoals dat omgekeerd ook het geval zou zijn. Bovendien werken veel vrouwelijke hulpverleners gewoonlijk liever met vrouwen dan met mannen.

Het verontrustende aan deze situatie is dat het volstrekt voorbij gaat aan de grote invloed die vaders hebben op de ontwikkeling van hun kinderen, een invloed die, zoals wetenschappelijk onderzoek laat zien, niet onderdoet voor en op bepaalde punten mogelijk zelfs groter is dan die van moeders.

Zo blijkt het verband tussen de ontwikkeling van kinderen, in cognitief, sociaal en moreel opzicht en het gedrag/opvattingen van vader ietwat sterker dan verband tussen die ontwikkeling en het gedrag/opvattingen van moeders. En, minstens zo belangrijk, dat geldt over de hele leeftijdsperiode van 0-18 jaar, en het geldt voor kinderen ongeacht cultuur, etnische afkomst en sociale klasse.

Opmerkelijk is verder dat de samenhang tussen ontwikkeling van kinderen en gedrag van vaders niet of nauwelijks afhankelijk is van de biologische relatie tussen vader en kind. Ook vervangende vaders, pleegvaders of stiefvaders, blijken invloedrijk. Maar waarschijnlijk toch wel het meest verrassend is de bevinding dat vaders niet alleen heel belangrijk zijn voor zonen, maar ook voor dochters. Hoe dochters hun vader zien en ervaren blijkt zowel van invloed op hun sociale en intellectuele ontwikkeling als op het beeld dat ze van mannen hebben en de wijze waarop ze daar relaties mee aangaan.

De conclusie? Mocht er na de verkiezingen inderdaad een minister voor Jeugdzaken komen, dan zou die bewindspersoon vaderbetrokkenheid tot speerpunt van beleid dienen te maken. Ook of zelfs juist als een vrouw het wordt.

René F.W. Diekstra

Bijlage – Opinieartikel in de NRC van 14 april 2007 van Wim Orbons over de anti-vadercampagnes van de overheid en SIRE

Mannen agressief? Kijk ook eens naar vrouwen

Overheidsambtenaren, geholpen door cultureel correcte organisaties als SIRE, zien de man als te bot of te machtsbelust om in te schikken. Daarmee wordt de werkelijkheid geweld aan gedaan.

NRC Opinie & Debat - pagina 17 - Trefwoorden: Vrouwen; Mannen; Mishandeling - 14-04-2007

Door Wim Orbons – Gezondheidseconoom en voormalig bestuurder van zorgorganisaties

De spotjes die de Stichting Ideële Reclame (SIRE) uitzendt over huiselijk geweld suggereren dat vaders daar steeds de daders van zijn. Maar is dit juist? Het is niet de eerste keer dat SIRE (en ook overheidscampagnes, zie kader) het beeld uitdraagt van de man als bruut. Dat was ook het geval in de tv- en radiocampagne Kort lontje (2006), waarin alleen mannen worden neergezet als in drift exploderende botteriken.

Recent startte SIRE een campagne tegen verwaarlozing, mishandeling en misbruik van kinderen. Een goede zaak. Alleen wordt onzorgvuldig met de cijfers omgesprongen en wordt in drie van de vier radiospotjes gesuggereerd dat de vader (of oom) de dader is van huiselijk en seksueel geweld en wordt de belangrijkste oorzaak, van armoede, kindermishandeling, verwaarlozing en misbruik miskend, althans verzwegen. Die oorzaak is (echt)scheidingen.

... en het is zwart ... zegt een kinderstem op de radio. Hij vervolgt: Het is de zwarte zonnebril die mama draagt zodat niemand kan zien dat pappa haar weer geslagen heeft. Als gezegd wordt met de spotjes gesuggereerd dat pappa steeds de dader is van huiselijk geweld. Maar dat is volgens veel onderzoeken onjuist. Volgens de Californische hoogleraar psychologie Martin Fiebert blijkt uit 196 wetenschappelijke studies dat ongeveer evenveel mannen en vrouwen dader én slachtoffer zijn van partnergeweld (google: Fiebert violence, zie ook www.huiselijkgeweld.info).

Naast deze suggestieve spotjes worden op de website van SIRE ook onjuiste cijfers genoemd en worden schattingen over kindermishandeling op basis van één buitenlands onderzoek tot feiten verheven. Dat geeft niet alleen een vertekend beeld, maar draagt ook niet bij aan een oplossing van het probleem.

SIRE vraagt aandacht voor de honderdduizenden slachtoffers per jaar. De spotjes worden afgesloten met: Wanneer openen we onze ogen? Die vraag geldt ook voor SIRE. Volgens de stichting is sprake van 80.000 kinderen die worden mishandeld (fysiek, psychisch, emotioneel en verwaarlozing) en groeien daarnaast 450.000 kinderen op in armoede. Dit geeft een vertekend beeld. In de eerste plaats omdat onder de 450.000 kinderen zich ook een groot aantal kinderen bevindt dat al bij de cijfers van de kindermishandeling is meegeteld. In de tweede plaats is het getal van 80.000 een schatting op basis van een onderzoek in de VS dat geëxtrapoleerd is naar de Nederlandse situatie. Kindermishandeling moeten we niet bagatelliseren, maar een vergelijking tussen de VS (met een andere cultuur en veel sloppenwijken) en Nederland is wetenschappelijk onverantwoord. In Nederland is nog nooit onderzoek gedaan naar kindermishandeling. Voormalig staatssecretaris Ross-van Dorp heeft weliswaar opdracht gegeven voor een onderzoek naar kindermishandeling, maar daarvan zijn de resultaten nog niet bekend.

Uit onderzoek naar partnergeweld blijkt dat dit veel minder voorkomt dan de media, de overheid en SIRE ons willen doen geloven. De onderzoekers dr. Karin Wittebrood en dr. Vic Veldheer van het Sociaal en Cultureel Planbureau meldden in 2005 op basis van twee Intomartonderzoeken in opdracht van het ministerie van Justitie, dat in de vijf jaar voorafgaand aan deze onderzoeken slechts 3,9 procent van de Nederlandse bevolking te maken heeft gehad met partnergeweld. Volgens hen werd bijna 60 procent van het huiselijk geweld gepleegd door niet-familieleden. Geweld tussen (ex-)partners vormt slechts een kwart van het huiselijk geweld waarvan de Nederlandse bevolking melding maakt.

Ook uit de aangiften bij politie en de behandelingen bij de Eerste Hulp van ziekenhuizen blijkt dat partnergeweld veel minder voorkomt dan de media ons telkens weer voorspiegelen. De politie registreerde 57.000 incidenten in 2005. In slechts 40 procent van de gevallen werd ook aangifte gedaan: 22.800. Hoeveel van die aangiften ook daadwerkelijk tot een veroordeling hebben geleid is niet bekend.

Bij de ziekenhuizen melden zich voor behandeling volgens het Letsel Informatie Systeem (LIS) ongeveer evenveel mannelijke als vrouwelijke slachtoffers van geweld in en om huis: circa 9.500 slachtoffers per jaar. Opvallend is dat tweederde van de aangeefsters bij de politie niet de Eerste Hulp consulteert, en dat slechts een kleine groep van de mannelijke slachtoffers van de Eerste Hulp aangifte bij de politie doet. Waarschijnlijk is dat omdat de mannelijke slachtoffers zich schamen en omdat aangiften bij de politie vooral na (echt)scheiding vaak onjuist zijn (rechtspsychologen, zoals W.A. Wagenaar, spreken over een percentage van minstens 50 procent), maar waarschijnlijk ook omdat bij de instanties hetzelfde vooroordeel bestaat als in de hoofdstroom van de samenleving, namelijk dat bijna altijd vrouwen slachtoffer zijn van huiselijk geweld en mannen de dader.

Waar komt dat onuitroeibare geloof in de vrouw als beter mens toch vandaan? Het is net zo idioot als het geloof in de vrouw als minderwaardig wezen.

Volgens SIRE sterft minstens een kind per week aan de gevolgen van verwaarlozing en mishandeling. Dit lijkt helaas een reële schatting. Tijdens de themaweek Geheim Geweld bleek uit een uitzending van Zembla dat er tientallen gevallen per jaar van kindermishandeling en verwaarlozing zijn met de dood als gevolg. De dader was in veel gevallen een gescheiden moeder. Kindermishandeling, kinderverwaarlozing en infanticide (het doden van pasgeboren kinderen) komen veel vaker voor in stiefgezinnen en in eenoudergezinnen dan in intacte gezinnen. De kans dat een kind wordt vermoord is volgens enkele onderzoeken tientallen malen groter in een stiefgezin (en een eenoudergezin) dan in een intact gezin. Niet de pedagogische tik waarover zo uitvoerig is gedebatteerd, maar scheiding - volgens het CBS 110.000 per jaar waar bijna 60.000 kinderen bij zijn betrokken - en het isolement van kinderen na de scheiding van hun vader, gecombineerd met drank- en drugsgebruik, leiden per jaar in tienduizenden gevallen tot kindermishandeling en in tientallen gevallen tot kindermoord. Rowena, Savanna, Damaris en Daniël uit Tolbert, het Maasmeisje Gessica en Metehan uit Apeldoorn zijn daar bekende voorbeelden van. Kortom, er is alle reden om zorg te hebben over wat met onze jeugd gebeurt, maar dan moeten we ons wel baseren op gedegen wetenschappelijk onderzoek en niet op populaire clichés.

Overheidsambtenaren, geholpen door cultureel correcte organisaties als SIRE, verspreiden de laatste twintig jaar niet alleen de gelijkheidsboodschap (voor alle sectoren, op alle niveaus, inclusief het huishouden), maar voeden de man ook op in de richting van meer vrouwelijkheid. Als de seksen niet gelijk zijn (zoals de dagelijkse werkelijkheid voortdurend laat zien), dan komt dat doordat mannen te bot of te machtsbelust zijn om in te schikken. Hun agressie moet worden ingetoomd. De vrouwelijke manier van doen is langzamerhand de norm geworden.



----

In Nederland is nog nooit onderzoek gedaan naar kindermishandeling

De dader was in veel gevallen een gescheiden moeder

De Nederlandse overheid en SIRE lijken zich steeds meer tot taak te rekenen om een negatief beeld van de man neer te zetten. Het gaat om beeldvorming via folders, affiches, billboards, radio- en tv-spotjes. De ene overheidscampagne is nauwelijks voorbij of de volgende gaat al van start. In de afgelopen vijftien jaar kreeg de Nederlandse burger te maken met de volgende campagnes:

  • Seks is natuurlijk, maar nooit vanzelfsprekend (1991) van de ministeries van Justitie, Onderwijs en Wetenschappen, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur. Thema: de man als oversekste botterik; terwijl een onschuldig ogend vrouwtje de thee binnenbrengt, staat de gnuiverd al met de broek op zijn schoenen.
  • Een veilig land waar vrouwen willen wonen (circa 1997) van het ministerie van Justitie naar aanleiding van het Intomart-onderzoek naar huiselijk geweld. Dit onderzoek komt tot de conclusie dat er globaal evenveel mannelijke als vrouwelijke slachtoffers van huiselijk geweld zijn. Het is gepubliceerd in het rapport Huiselijk geweld, waarin paginagrote fotos van een verbeten ranselende man en een met twee kleuters aan de handen vertrekkende vrouw.
  • Wie is toch die man die zondags het vlees komt snijden? (circa 1997) van SIRE. Over de man die te weinig thuis is. En die, als hij in de campagne wat terug had mogen zeggen, misschien wel had geantwoord: Vaak de man wiens vrouw hem alleen accepteert als hij door overwerk een hoog inkomen inbrengt. Deze stelling werd in een recent onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (Hoe het werkt met kinderen) bevestigd: in bijna alle onderzochte gezinnen werken de vaders fulltime (en de moeders parttime). En die taakverdeling sluit volgens de onderzoekers aan bij de wensen van de moeders.
  • Wie doet wat? (2002-2003) van het ministerie van Sociale Zaken (Directie Coördinatie Emancipatiezaken). Zou minstens een miljoen euro hebben gekost. Onder andere televisiefilmpjes met man als autist: een sloofje van een vrouw wordt gek van een paar onmogelijke kinderen, terwijl pa onbewogen met zijn rug naar het gezin achter de computer blijft zitten of wat in zijn auto gaat rondrijden met een vriend.
  • Mannen worden er beter van en vrouwen ook (2003) van het ministerie van Sociale Zaken (Directie Coördinatie Emancipatiezaken). Over de lage participatie van vrouwen in het beroepsleven, die werd voorgesteld als veroorzaakt door de onwil van mannen om mee te doen in het huishouden. Mannen moeten dus thuis vaker de handen uit de mouwen steken.
  • De 46 regeringsleiders van de Raad van Europa besloten in 2005 tot een campagne. De poster toont een verkreukelde afbeelding van een vrouw, met de slogan: Het begint met schreeuwen. Maar mag nooit eindigen in stilte. Op een Europees seminar (2007) spraken deskundigen over wat te doen tegen huiselijk geweld dat vrijwel gelijk werd gesteld met man slaat vrouw.
  • Huiselijk geweld is niet normaal (2005-2006) van het ministerie van Justitie. Man zit met een voet op tafel, vrouw naast hem heeft zojuist een oplawaai gekregen. Dat is inderdaad niet normaal. Toch zijn niet alleen mannen plegers van huiselijk geweld. Ook vrouwen zijn gewelddadig, zowel tegen hun mannen als tegen hun kinderen.
  • Kort lontje (2006), tv- en radiocampagne van SIRE, waarin alleen mannen worden neergezet als in drift exploderende botteriken.
  • Ik zie, ik zie wat jij niet ziet (2006-2007), radiospotjes van SIRE waarin mensen worden opgeroepen om in hun omgeving beter te letten op huiselijk en seksueel geweld tegen vrouwen en kindermishandeling en dit vervolgens bij de autoriteiten aan te geven. Met wederom mannen in de rol van dader, als het om geweld en misbruik gaat. (WO)